Samenwerkingen tussen incubators en corporates in Israël

Marijn van Weele, PHD kandidaat aan de Universiteit van Utrecht trok een paar weken terug de aandacht via een artikel in het Financieel Dagblad waarin hij Neelie Kroes adviseerde op welke manier er een succes gemaakt kan worden van StartupDelta. Na contact te hebben gehad met Marijn besloot hij om een informerende blog te schrijven over zijn ontdekkingen in start-up land Israël. 

 

Voor mijn promotieonderzoek aan het Copernicus Institute of Sustainable Development aan de Universiteit Utrecht doe ik sinds 2012 onderzoek naar incubators. Ik kijk specifiek naar de relatie tussen de incubator en het ‘entrepreneurial ecosystem’ waarin de incubator opereert. Hiervoor heb ik meer dan 180 interviews gehouden met ondernemers en incubators in Europa, Silicon Valley, Boston, Australië en Israël.

Vooral dat laatste land stond hoog op mijn verlanglijstje om een keer te bezoeken. Israël staat bekend als de ‘start-up nation’: het beschikt over de grootste hoeveelheid durfkapitaal per hoofd van de bevolking ter wereld, en er staan meer Israëlische dan Europese bedrijven geregistreerd aan de technologie-index Nasdaq. Dit succes heeft de aandacht getrokken van corporates, die in toenemende mate naar Israël komen, op zoek naar start-ups:

• Google Campus is een co-working space in het hartje van Tel Aviv. Start-ups kunnen hier gratis gebruik maken van de werkplekken. Daarnaast organiseert de campus workshops en evenementen. Voor Google is de campus vooral een manier om zich te verbinden aan de start-up community in Israël.

• Microsoft Ventures is een ‘accelerator’ programma van drie maanden. Start-ups kunnen gebruik maken van Microsofts expertise en, belangrijker, haar internationale netwerk. Via het ‘Customer Access Program’ kan Microsoft de start-ups in contact brengen met wie ze maar willen. In tegenstelling tot vergelijkbare programma’s neemt Microsoft geen aandeel in de start-ups. Het programma is vooral een manier om het imago van Microsoft op te bouwen, zoals een medewerker zei: “We are trying to get Microsoft back in the conversation. In a real way, so not just PR. We are looking to build a good reputation about our activities, so that companies and start-ups will consider Microsoft as an interesting company”.

• Philips en Teva Pharmaceuticals beginnen later dit jaar een gezamenlijke incubator voor start-ups in life sciences. Gebruikmakend van het ‘Technological Incubator Program’ van de Israelische overheid krijgen de bedrijven 6 Shekel voor iedere Shekel die ze zelf in start-ups investeren. Tevens nemen Philips en Teva een aandeel in de start-ups in de incubator. Volgens de incubator manager biedt de incubator Philips en Teva de mogelijkheid om nieuwe, risicovolle technologieën te verkennen: “It’s really a way to pursue this blue sky strategy. To look at new things that may be totally different from what we are doing now, or what we plan to do in the future. Israel provides us with a front row seat of what is coming up”.

• Elevator is een fonds dat investeert in hele jonge start-ups. Wat Elevator bijzonder maakt zijn de relaties met grote multinationals. Via Elevator kunnen deze bedrijven in contact komen met start-ups die slimme oplossingen bieden. Samen met Elevator formuleren de bedrijven gebieden waar ze in geïnteresseerd zijn (zoals cyber security). Elevator gaat vervolgens op zoek naar start-ups, die ze weer koppelt aan de corporates. Op die manier krijgen start-ups direct toegang tot hun potentiele klanten zodat ze hun producten snel (wereldwijd) kunnen valideren en uitrollen.

Al met al heb ik in Israël veel verschillende modellen gezien waarin corporates, incubators en start-ups samenwerken. Voor corporates vormen de incubators een relatief laagdrempelige manier om met de start-up ‘community’ in contact te komen, en te verkennen of er mogelijkheden zijn voor verdere samenwerking. Een corporate incubator manager zei: “This is actually the best due diligence you can do. Live with her, eat with her, sleep with her for three months. Get along with them. You get to know a lot about the people before you invest. So that makes the risk smaller”.

De Israelische incubators laten ook duidelijk zien dat een ‘one size fits all’ strategie niet bestaat. Het is belangrijk voor corporates en incubators om hun programma aan te laten sluiten op het lokale start-up ecosysteem en de wensen van de lokale start-ups. Voor Israëlisch start-ups vormen corporates met name een manier om toegang te krijgen tot een grotere afzetmarkt. De Israëlische markt is klein, en geïsoleerd van buurlanden. Corporates beschikken bij uitstek over het internationale netwerk dat deze start-ups nodig hebben.

Als Nederland kunnen we veel van de Israëlisch case leren. Tot op zekere hoogte kampen Nederlandse start-ups met dezelfde uitdaging: ook de Nederlandse markt is klein, en de Europese markt is nog steeds gefragmenteerd. Ik hoop dan ook dat Nederlandse start-ups en corporates elkaar meer gaan vinden in de toekomst, bijvoorbeeld via vergelijkbare programma’s als in Israël.